Voorbij de poolgrens
15 maart 2024 - Rothera Research Station, Antarctica
15 maart
We gaan vanmorgen nog 1 keer met de kayaks het water op. In de volgende dagen zal er geen gelegenheid meer voor zijn. Dan worden er zodiactochten en landings georganiseerd. Vanaf het schip is de omgeving waar gaan kayakken weer mooi te overzien. Een uitgestrekte baai met rondom dik besneeuwde bergen is ons deel. En door deze bergen die de baai mooi omsluiten is het hier ook heel vlak water. Het is net een spiegel. En we hebben het weer mee. De zon schijnt, het is windstil. Ik voel wel dat het hier een stukje kouder is, maar we zitten dan ook niet zover voor de poolgrens. We zijn in het gebied van de Fish Islands. Met een extra laagje kleding en de muts ver over de oren getrokken gaan we het water op. We slalommen tussen de ijsschotsen om te stoppen bij een wel heel markante en diepblauw gekleurde ijsschots. Ik heb me laten vertellen hoe dat komt. Als er op de bergen sneeuwlaag op sneeuwlaag valt (meters, soms tientallen meters dik) worden de onderste lagen steeds verder aangedrukt. Doordat dit gebeurt en er meer sneeuw bijkomt dan dat er smelt ontstaat er een ijskap. Hoe groter deze wordt hoe meer druk en dat zet de ijskap in beweging. Deze vormen op land een gletsjer en op zee een ijsplateau. Van deze ijsplateau’s breken regelmatig delen af en gaan als een zelfstandig stuk ijskap de zee op. Vaak zijn dat tafelijsbergen (de platte ijsbergen die ik hier vaak voorbij heb zien komen). Tijdens de zeetocht worden de ijskapen verder gevormd door slijtage vanwege de wind en water en onder water door obstakels. Vanonder de ijsbergen ontsnappen er luchtbelletjes en die zorgen voor enorme groeven in het ijs onder water. Hele patronen ontstaan dan. En als er zoveel gesleten is en het gewicht boven water groter wordt dan dat er nog onder wat aan ijs is, dan kapseist het ijs ondersteboven en worden deze patronen zichtbaar. Door de druk op de sneeuwlagen verandert sneeuw in ijs en als dan de zuurstof uit het ijs wordt gedrukt krijgt het ijs zo’n dichte massa dat al de gele en oranje kleuren uit het witte ijs worden geabsorbeerd en alleen de helblauwe kleur overblijft wat wordt teruggekaatst. En hoe meer zuurstof er uit het ijs is hoe donkerder het blauw is. Dit zorgt voor spectaculaire beelden en ook onwerkelijke beelden. Soms lijkt het alsof je in een subtropische zwemparadijs bent, zo blauw is het. We varen door dit enorme ijsparadijs en ook hier weer veel spiegelingen in het hele vlakke water. Het ook hier weer zo mooi en rustgevend om te kanoën, al moet ik telkens goed uitkijken en bijsturen om niet tegen ijsschotsen te varen, want dan kunnen we omslaan en dat is toch niet wat ik wil in dit ijskoude water. We varen rond een eilandje met Adeliepinguïns die op een stuk van een gladde ijsschots zitten waar lange ijsspegels aanhangen tot kort boven het water. Dit is een zichtbaar bewijs van dat het hier behoorlijk vriest. En over een paar weken is dit hele gebied dichtgevroren. Het begint nu al met het bevriezen van het water tussen de ijsschotsen en dat merken we tijdens het kayakken. We komen soms door net bevroren water, maar we komen ook volledig vast te zitten in het ijs. Dat is het sein om niet meer verder te gaan, maar om rechtsomkeer te maken en het water weer op te zoeken, totdat we weer terug gaan naar de Plancius. De ochtend is hiermee ook voorbij en het is tijd om om te kleden en te lunchen. Als iedereen aan boord is zetten we verder zuidwaarts de tocht voort. Niet veel expeditieschepen doen deze route, omdat het nog al ver varen is en de expedities vaak wat korter zijn. Via Crystal Sound, een zee-engte gevuld met enorme ijsbergen en gletsjers die in zee uitkomen varen we zuidelijker naar de zuidpoolgrens. Het is nog wel een tijdje varen die middag tot het bereiken van de zuidpoolcirkel en de tussenliggende tijd worden we door een lezing van Crewlid Marco van alles wijzer over de gletsjers, het ontstaan ervan, de loop ervan, het afbreken van delen van gletsjers, die als ijskappen verder gaan waardoor de fronten van de gletsjer er vaak onregelmatig eruit zien. Tijdens deze uurtjes verandert het licht in meer oranje kleuren en trekt de wind behoorlijk aan.
Om ca 18.30 uur bereiken we de zuidpoolcirkel (66˚33”Z). Dat moet natuurlijk gevierd worden. Het team heeft een passepartout opgehangen met “we cross the Polar circle” en op het moment dat we de poolcirkel over gaan is er champagne voor iedereen. Het is net of het oud-en-nieuw is. Iedereen proost met elkaar. En natuurlijk is het een foto maken met jezelf in het passepartout. Alleen dat gaat voor sommigen wat lastig doordat de schommelingen door de strakke wind zodanig is dat het weer moeilijk is om je staande te houden. Het gaat mij gelukkig goed af en ik heb ook geen last van de enorme deining. Wat niet gezegd kan worden van heel wat anderen, die er weer bleekjes bijzitten of hun bed gaan opzoeken om hun zeeziekte tegen te gaan. Ik heb het alleen niet zo op champagne, dus neem ik een lekkere gin-tonic met een brok ijs van het smeltijs, wat vandaag is meegenomen door één van de zodiacs. Dat smaakt me stukken beter. Bij het diner zijn er best wat tafeltjes leeg. Ik laat me echter het eten, wat er weer goed uitziet en wat ook weer lekker is, heerlijk smaken. Elke dag weer complimenten voor de keukenbrigade die heel lekker en gevarieerde maaltijden voorschotelt. De avond breng ik grotendeels in mijn hut door. Even lekker uitgebreid douchen, mijn verhaal schrijven, veel foto’s terugkijken en wat lezen, hoewel ik daar maar heel slecht aan toe kom. En zo is er weer een enerverende dag voorbij. We zijn voorbij de Zuidpoolcirkel en varen nog een stukje verder zuidwaarts.
Foto’s
1 Reactie
-
Marry Hazelaar:22 maart 2024Heel enerverend en fijn dat je geen last heb van zeeziekte. Arthur wat jij meemaakt is geweldig en fijn dat wij mogen meegenieten van je verhaal

